Je "hoort" er zo weer bij!

Vroeg of laat gaat ons gehoor achteruit, waardoor we meer en meer geïsoleerd raken van onze leefwereld. Jammer genoeg ­worden sommige kinderen doof geboren of leidt ziekte tot slechthorendheid of doofheid. Gelukkig kunnen we vandaag aan de meeste patiënten met een gehoorverlies een oplossing bieden.

Het gehoor: hoe werkt dit?

Het oor bestaat uit drie delen: het uitwendig oor, het middenoor en het binnenoor. Geluidsgolven worden opgevangen door het buitenoor en worden via de gehoorgang doorgestuurd naar het middenoor. De geluidsgolven brengen het trommelvlies en de gehoorbeentjes in beweging. Hierna bereiken deze trillingen het binnenoor, dat bestaat uit een met vocht gevuld slakkenhuis of cochlea. In de cochlea bevinden zich trilhaartjes of haarcellen die door de geluidstrillingen in beweging worden gezet. De trilhaartjes zijn verbonden met zenuwvezels die de trillingen doorsturen naar de hersenen. Daar wordt het geluid verwerkt tot zinvolle informatie.

Wanneer een van de drie hiervoor genoemde delen niet naar behoren werkt of beschadigd is, treedt er gehoorverlies op.

Een waaier aan mogelijkheden

Bij de meeste mensen gaat het gehoor al vanaf 20-30 jaar langzaam achteruit. Dit gehoorverlies situeert zich voornamelijk in de hoge tonen en wordt beïnvloed door tal van factoren zoals lawaaiblootstelling, genetische belasting, bepaalde medicatie, (oor)ontstekingen, ... Wanneer het gehoorverlies een kritische grens bereikt van gemiddeld 40 dB HL, wordt een conventioneel hoortoestel deels terugbetaald door het ziekenfonds.

De meerderheid van onze patiënten komt in aanmerking voor een conventioneel hoortoestel, waarbij het geluid wordt opgevangen en versterkt. Dit geluid wordt vervolgens vrijgegeven in de gehoorgang waar het wordt opgevangen door het trommelvlies en zo via het middenoor doorgestuurd naar het binnenoor. Voornamelijk milde tot matige gehoorsverliezen kunnen zo worden opgevangen. Deze hoortoestellen kunnen in de gehoorgang of achter de oorschelp gedragen worden en zijn tegenwoordig nog amper zichtbaar.

Een middenoorimplantaat  (Middle Ear Implant, MEI) is een nieuw alternatief voor de conventionele hoortoestellen. Een middenoorimplant zet het geluid om in mechanische energie en brengt deze over naar het middenoor waar de gehoorbeentjes mechanisch in ­trilling worden gebracht, met betere geluidsoverdracht naar het ­slakkenhuis als gevolg. MEI zijn toepasbaar bij mensen met een milde tot matige/­ernstige vorm van slechthorendheid. Ze zijn speciaal bedoeld voor wie geluidsversterking nodig heeft, maar geen conventioneel hoortoestel in het oor kan (ver)dragen. Tegenwoordig bestaan er verschillende semi-implanteerbare hoortoestellen. Meestal bestaat het MEI uit twee delen, een uitwendig deel met een microfoon, processor en batterij en een inwendig deel met een transductor die de mechanische trillingen overbrengt. De volledig implanteerbare hoortoestellen zijn nog volop in ontwikkeling. De plaatsing van een MEI gebeurt via een operatieve ingreep. Eens de patiënt hersteld is, wordt de uitwendige processor aangesloten en stelt de audioloog deze in naargelang het gehoorverlies. Een MEI wordt momenteel nog niet terugbetaald door het ziekenfonds.

Een botverankerd hoortoestel heeft ongeveer hetzelfde indicatiegebied als een MEI maar hierbij komen eveneens patiënten in aanmerking met een éénzijdige aangeboren of verworven doofheid of patiënten met een afwezig buiten- of middenoor. In tegenstelling tot een MEI werkt dit toestel via het principe van beengeleiding. Hierbij wordt geluid voortgeplant via het bot waardoor het binnenoor rechtstreeks gestimuleerd wordt. Op deze manier worden buiten- en middenoor overgeslagen.

Tijdens een operatieve ingreep onder lokale of algemene verdoving wordt een schroefimplant in het schedelbot ­achter de oorschelp geïmplanteerd. Op deze schroef wordt een geluidsprocessor geplaatst die het geluid opvangt en omzet in mechanische trillingen. Deze trillingen worden via de implantschroef doorgegeven aan het bot en bereiken, via directe beengeleiding, het binnenoor. Momenteel zijn er verschillende types botverankerde hoortoestellen beschikbaar en zijn er een aantal nieuwigheden in ontwikkeling.

In tegenstelling tot MEI wordt een botverankerd hoortoestel wel gedeeltelijk terugbetaald door het ziekenfonds. Kinderen of volwassenen met een aangeboren of verworven ernstig tot diep gehoorverlies aan beide oren, die niet meer ­geholpen kunnen worden met een klassiek hoortoestel, komen in aanmerking voor een cochleaire implantatie. Het RIZIV stelt echter enkele belangrijke criteria voorop om te kunnen genieten van een bijna volledige terugbetaling bij cochleaire implantatie.

Een cochleair implantaat neemt de functie van het slakkenhuis gedeeltelijk over en bestaat uit twee delen: een inwendig en een uitwendig deel. Het inwendig deel wordt via een heelkundige ingreep door de chirurg geplaatst: er wordt een implantaat geplaatst achter het oor net onder de huid en met veel precisie een elektroden-array in de cochlea geschoven. Deze elektroden vervangen de functie van de haarcellen. Het uitwendig deel bestaat uit een microfoon, een spraakprocessor en een batterij met een zendspoel. Ongeveer vier weken na de heelkundige ingreep wordt deze voor het eerst aangesloten. De audioloog zal de spraakprocessor tijdens verscheidene sessies afregelen en instellen. De microfoon van de geluidsprocessor vangt geluid op, de spraakprocessor zet dit geluid om naar een digitale code die via de zendspoel wordt doorgestuurd naar het implantaat. Het implantaat zet deze digitale code om in een elektrisch signaal dat doorgestuurd wordt naar de elektroden-array in de cochlea. Van daaruit zullen de elektroden de gehoorzenuw elektrisch stimuleren en wordt het signaal doorgestuurd naar de hersenen.

Naast een goede fitting of afregeling van de geluidsprocessor, is het belangrijk dat de patiënt een langdurige en intensieve logopedische opvolging krijgt. De patiënt wordt doorgestuurd naar een revalidatiecentrum (bv. MPI Spermalie) waar deze, tijdens de eerste twee jaar na de implantatie, hoortraining krijgt aangeboden. Deze hoortraining is gericht op de detectie, discriminatie, identificatie en herkenning van geluiden, woorden en zinnen zowel in stilte als in lawaai.

Cochleaire implantaten verschaffen echter geen volledig normaal gehoor. Het resultaat verschilt vaak van persoon tot persoon en wordt sterk beïnvloed door verschillende factoren zoals het tijdstip van ontstaan, de oorzaak en de duur van de doofheid. Ook andere factoren zoals de leeftijd en motivatie van de patiënt spelen uiteraard een belangrijke rol.

Besluit

De dienst neus-, keel- en oorziekten te Brugge beschikt over een uitgebreid otologisch team dat ernaar streeft op de hoogte te blijven van alle technologieën, mee te werken aan het ontwikkelen van nieuwe behandelingen en deze aan te bieden aan de patiënten om aldus aan de vraag van elke patiënt te kunnen voldoen. Voor bijna iedere vorm van gehoorverlies is er tegenwoordig een passende behandeling beschikbaar in het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV.

Wist je dat…

  • een normaalhorend oor duizenden haarcellen telt?
  • met een cochleair implant de functie van deze haarcellen wordt vervangen door slechts 22 elektroden?

Dr. Bob Lerut
staflid Neus-­, keel- ­en oorziekten
campus Sint-­Jan
mede namens alle stafleden van de dienst Neus­-,  Keel­- en Oorziekten en het audiologisch team