Het PITplus project in de Brugse regio

Sinds enkele jaren heeft de FOD Volksgezondheid enkele piloot­projecten opgestart om de pre-hospitaalopvang van patiënten te optimaliseren. In het huidige systeem kan het HC-100 (Hulpcentrum 100) bij een noodoproep enkel een ambulance of een ambulance met MUG uitsturen. Die ziekenwagen vertrekt vanuit de brandweerkazerne met twee hulpverlener-ambulanciers. De MUG vertrekt vanuit het ziekenhuis met een spoedverpleegkundige en een arts (beiden met specifieke kwalificaties).

Bij het pilootproject dat in 2008 werd opgestart in een tiental regio's in België kan er nu ook een extra middel ingezet worden: de PIT (Paramedic Intervention Team). Hierbij vertrekt de ambulance vanuit een ziekenhuis bemand met een hulpverlener-ambulancier en een verpleegkundige van de spoedgevallendienst. De PIT wordt ook het derde middel in de dringende hulpverlening genoemd.

Toen de overheid eind 2009 tien nieuwe PIT-projecten toekende, werd aan de associatie 'dringende geneeskundige hulpverlening Brugge' (een samenwerking tussen de twee Brugse ziekenhuizen, het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en het AZ Sint-Lucas) een PITplus project toegekend. Hierbij werd in de beide ziekenhuizen een ziekenwagen geplaatst, aangeleverd door de brandweer Brugge en bemand door een hulpverlener-ambulancier. Bij een interventie op niveau ambulance of PIT, bepaald door het HC-100, wordt het voertuig altijd bijkomend bemand met een spoedverpleegkundige. Bij het Brugse PITplus project (uniek in België) kan deze ziekenwagen ook bijkomend bestaft worden met een MUG-arts, de ambulance vertrekt dan als PITplus (of MUG/P). Na het nodige overleg met alle betrokken partners (personeel, brandweer Brugge, FOD-Volksgezondheid, …) kon het project van start gaan in het voorjaar van 2010. De verpleegkundigen beschikken over 29 staande orders, waarbij hij/zij ter plaatse zelfstandig kan beslissen welk staand order er moet toegepast worden. Op die manier krijgen slachtoffers sneller een gespecialiseerde opvang en kan de nodige medicatie opgestart worden. Bij zeer kritische patiënten (ernstiger ziek dan ingeschat door het HC-100) kan de verpleegkundige nog steeds bijstand vragen van een MUG.

Enkele cijfers voor de spoedgevallendienst van de campus Sint-Jan voor 2011

  • Er werden 1720 interventies uitgevoerd met deze ­ambulance (59% als ambulance, 19% als PIT en 22% als PITplus). Daarnaast voerden we nog 470 interventies uit met de ­MUG-wagen en 546 met de MUG-Heli.
  • Bij 9 interventies vroeg de PIT bijkomende MUG-assistentie.
  • Bij PIT-interventies werd in 60% van de situaties een staand order toegepast, meestal betrof dit het toedienen van ­medicatie. De meest gebruikte staande orders waren:
    • 13194.jpg het toedienen van pijnstilling bij traumatische pijn;
    • 13192.jpg opvangen van patiënten met bewustzijnsvermindering;
    • 13189.jpg het opvangen van patiënten met een acuut coronair ­syndroom.

Johan De Knock hoofdverpleegkundige spoedgevallendienst
Dr. Nicolas Müller coördinator PIT-­Brugge project
Campus Sint­-Jan